Zoeken
  • Henk Jan Kamerbeek

,,Wij bidden voor je, jongen."

Daar zit hij, voor zijn ouders. Nog jong is hij, 30. Het uiterlijk van een man. Hier is hij vooral zoon.


“Indoctrinatie!”, zegt de zoon. “Dat is wat ik ervan vind!” De boosheid is voelbaar. Hij wil het kwijt, moet het kwijt. Drie jaren geleden biechtte hij zijn vader op dat hij niet meer gelooft, misschien wel nooit heeft geloofd. Een zoon die weet dat hij daarmee zijn vader teleurstelt. Maar niet anders kan.


Daarmee was hij de last kwijt: “Zo, dat is eruit”. Hij wilde er niet meer over praten, had geen zin in pogingen hem weer op andere gedachten te krijgen. Want het woord, de redenering, de overtuiging, dat is het wapen van gelovigen. En daar is hij nu klaar mee.




En daarmee ontstond ook de onderstroom: er was ‘iets aan de hand’, maar erover praten was onmogelijk geworden. De onderstroom bleef trekken, bleef vermoeien. Het is tijd om zaken op tafel te leggen. Want met het verlies van zijn geloof, verloor hij ook zijn fundament: als dit er niet is, wat is dan zijn fundament in het leven? Verlies van geloof is ook verlies van zijn jeugd, van een stuk van je leven. De boosheid daarover is enorm.


De opgekropte spanning stroomt de tafel over, de ruimte in. Vader en moeder zijn beduusd, wisten wel wat er komen kon, maar weten niet hoe dit op te vangen. Bijbelteksten poppen op, maar bieden geen soelaas. Harde hoofden, die maar niet lijken te kunnen verzachten. Woorden, gedachten, argumenten, bedenksels. De ratio wordt wanhopig aangeboord, maar blijkt tekort te schieten. “Jullie zeggen wel eens tegen me dat jullie voor me blijven bidden”, zegt de zoon vertwijfeld, “maar weet je wel hoe dat voor mij voelt? In feite zeg je tegen me dat ik het verkeerd doe, verloren ben, een mislukking! Is dat wat ik voor jullie ben?”


Dan breekt de moeder. En in de ogen van vader verschijnt zowaar een vochtige glinstering. De machteloosheid is bijna voelbaar, als vastgenageld kijken moeder en zoon elkaar aan. In de lucht hangt de vraag die de zoon bijna uitschreeuwt, maar die nog niet beantwoord wordt. Het wordt tijd om die op tafel te gooien.


“Houden jullie van mij? Ben ik goed genoeg om jullie zoon te zijn?” Met angst en beven komt het eruit.

Dan wordt voelbaar hoe de liefde op gang komt. Moeder en vader hebben maar een kleine aanmoediging nodig om hun zoon in de armen te sluiten en te omhelzen. “Houd hem maar stevig vast, neem alle tijd die je nodig hebt, voel wat er met je gebeurt”, zegt de begeleider. En dat doen ze. Het verdriet, lang verscholen onder een deken van boosheid, mag eindelijk worden aangekeken.

21 keer bekeken

Tel.: +31 (0) 636 397 674

©2020 door Familieopstelling Arnhem